Tekst

O sperreboom, o sperreboom,
Hoe trouw zijn uwe blaren.
Wat andere bomen nimmer doen,
Des winters blijft gij ook nog groen.
O sperreboom, o sperreboom,
Hoe trouw zijn uwe blaren.

O meisjes fijn, o meisjes fijn,
Hoe trouwloos uw gemoed is.
Gij mint mij als ‘t examen lukt,
En haat mij als de buis mij drukt.
O meisjes fijn, o meisjes fijn,
Hoe trouwloos uw gemoed is.

De nachtegaal, de nachtegaal,
Die nam je tot jouw voorbeeld.
Hij doet hier gans de zomer uit,
Des winters trekt hij naar het zuid.
De nachtegaal, de nachtegaal,
Die nam je tot jouw voorbeeld.